Wanneer zal ik Hem weer loven, juichend staan in zijn voorhoven?

Net als de dichter van Psalm 42 heb ik een heleboel vragen over het ‘juichen in zijn voorhoven’. Gisteren is er een memo van een zelfbenoemde werkgroep de wereld in gestuurd over het zingen in de kerk, en na bestudering daarvan blijven er alleen maar vragen over. Een selectie van acht.

1. Waarom bestaat het grootste gedeelte van het advies uit een tekst die op 20 mei (inmiddels 6! weken oud) kennelijk nog gold?
De stellingen en uitgangspunten zijn door het RIVM allang achterhaald.

2. Waarom presenteert deze groep van zeven mensen zich met 12 universitaire titels, terwijl er geen één wetenschappelijke bron in het stuk staat?
De werkgroep bestaat volgens de tekst die ze zelf hebben opgesteld, uit mensen die “goed bekend (zijn) met de kerkelijke praktijk in Nederland”, maar het is hun kennelijk ontgaan dat geen enkele dominee zich nog met haar of zijn wetenschappelijke titel tooit. Een autoriteitstopos?

3. Hoe komen deze deskundigen erbij, dat kerkdiensten een ‘super spread event’ zijn?
Zelfs het RIVM (toch bepaald niet mijn grootste vriend in deze materie) wijst er nadrukkelijk op, dat er slechts één geval geweest is tijdens de crisis, van besmettingen die in een kerkgebouw zijn ontstaan; dat was Frankfurt, 10 mei 2020. En daarbij is ook helder geworden, dat dat niet te maken had met de dienst, maar met allerlei nevenactiviteiten zie dit artikel uit de Frankfurter Allgemeine, tussenkopje ‘Enge Gemeinschaft’; screenshot hieronder).

Als er al kerkdiensten aan te wijzen zouden zijn, dan hebben de besmettingen zich voorgedaan vóórdat de maatregelen in werking waren getreden. Voor wie toch naar Goeree-Overflakkee wil kijken, de beroemde kerkdienst van 8 maart was niet de bron van besmetting, de besmette mensen waren al besmet voor ze naar die dienst gingen, en ook nog met verschillende varianten van het onderzoek. Zie deze en deze link.
Als er al kerkdiensten aan te wijzen zouden zijn, dan hebben de besmettingen zich voorgedaan vóórdat de maatregelen in werking waren getreden.
Ook wijst het RIVM erop, dat de besmettingen in diensten van andere bronnen kan komen, of zelfs niets met samenzang te maken hebben.

4. Waarom richt het advies zich uiteindelijk op slechts één onderdeel: ventilatie?
Buitengewoon hinderlijk is het gegeven, dat één van de leden van de zelfbenoemde werkgroep een bedrijf in klimaattechniek runt, en dat het advies uiteindelijk uitsluitend betrekking heeft op klimaattechnologie. Zelfs bij de vraag hoe veel tijd er moet zitten tussen twee kerkdiensten, wijst de werkgroep alleen maar op ventilatie. Schoonmaken en desinfecteren (wat je daar verder ook van mag vinden) komen in het advies niet voor.
Het advies kan zelfs de schijn van belangenverstrengeling niet tegengaan!

5. Waarom is deze werkgroep strenger in de leer dan het RIVM?
Het RIVM verwijst in zijn rapport naar een advies van de Wereld Gezondheidsorganisatie, en dat voldoet kennelijk voor het RIVM, ook al stamt het uit 2009! Ook wordt verwezen naar het Bouwbesluit, maar nergens maakt het RIVM verschil in grootte van gebouwen waarin die regels van toepassing zijn. De differentiatie die de werkgroep maakt, is niet ingegeven door het RIVM of één van bovengenoemde bronnen. Vooralsnog ontbreekt iedere onderbouwing voor het onderscheid tussen grote, middelgrote en kleine kerken. Ook is er geen ruimte voor goed geventileerde moderne, kleine kerkgebouwen. De vraag is en blijft: waarom?

6. Waarom moeten de lieve en welwillende kerkenraden op de valreep nog met zoveel nieuwe regels geconfronteerd worden?
De gewone eisen van het RIVM zijn helder, wat je er verder ook van vindt. Zingen op anderhalve meter afstand, ventileren, de rest van het protocol en that’s it. De protocollen die de PKN heeft opgesteld zijn al zo arbeidsintensief, waarom moet daar een rekentool bij komen, die verder niemand van ons vraagt? De kerk vraagt het niet, het RIVM niet, de noodverordeningen niet, dus waarom?

7. Waarom ondersteunt de werkgroep de algemene uitspraak van het RIVM inzake het uiterst  geringe besmettingsrisico van zingen niet?
Aan het eind van het eerder genoemde rapport staat deze onthutsende zin:
Er zijn geen wetenschappelijke studies beschikbaar over aerosolen tijdens het zingen, of die uitwijzen dat zingen leidt tot aerogene transmissie van coronavirussen. Dit in tegenstelling tot sommige andere ziekteverwekkers zoals bijvoorbeeld tuberculose.
Als het niet zo Telegraaf-achtig gestaan zou hebben, zou ik deze woorden wel in chocoladeletterformaat hebben willen weergeven. Zie hier de bron:


I rest my case.

8. Wanneer zal ik Hem verhogen, juichend staan in zijn voorhoven?
Dat blijft de vraag. Volgens de werkgroep kan dat nog wel even duren voordat gemeentezang overal weer te horen is. Maar als bovenstaande vragen geen afdoend antwoord krijgen, is het antwoord wat mij betreft: morgen!


Middelharnis, 3 juli 2020

Jan de Visser

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.