Nog maar eens het homohuwelijk

In het Nederlands Dagblad stond onlangs een groot interview met een predikant uit Arnemuiden, die een artikel dat al bijna twee decennia in de Kerkorde staat, wil aanpassen. Het gaat dan om de (in)zegening van het huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht.

Wat de reden of de aanleiding geweest is om dat bezwaar in te dienen, is volstrekt onduidelijk. Wel duidelijk is, dat hier een herhaling optreedt van een reeds lang beslechte discussie.

Deze dominee wil, zoals hijzelf zegt, op een “zachtmoedige en ootmoedige manier” nazeggen wat er in de Bijbel staat (zo staat het letterlijk in het interview). Probleem daarbij is, dat deze man (natuurlijk een man!) die Bijbel door zijn eigen, gekleurde en verbroken bril leest. Hij slaat heel veel teksten over die de context bepalen van de woorden die hij uit de heilige Schrift licht.

In het bijgevoegde document heb ik geprobeerd alle teksten over het huwelijk tussen man en vrouw (dat volgens deze dominee een scheppingsordinantie is) en het huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen nader belichten.

Natuurlijk is het lastig om een relatie (in) te zegenen waarvan sommigen denken dat God ze verboden heeft. Maar hé, bestaat er ook liefde die niet van God komt?

Ik weet dat veel homo’s en lesbo’s deze discussie zat zijn. Die is al veertig jaar geleden gevoerd. Die heeft z’n beslag gekregen in de Kerkorde zoals die sinds 2004 in de PKN geldt. Waarom opnieuw?

Mijn antwoord is: omdat er opnieuw over gezeurd wordt.

Zou de Bijbel echt het laatste woord krijgen?

Hierbij nogmaals de link naar mijn ‘Bijbelstudie over homo- en hetero-relaties’.

Jan de Visser,

predikant Exodusgemeente Middelharnis-Sommelsdijk

Kaarsen voor Kyiv en andere vreedzame ideeën

Bidden en helpen, dat is wat kerkleiders ons aanraden te doen in deze Oekraïne-crisis. En dat is een heel goed advies. Maar volgens mij zijn er ook een heleboel mensen die iets willen dóen, niet alleen aan de opvang van vluchtelingen, maar ook aan de situatie in Rusland en Oekraïne. ‘Wie kan patriarch Kirill tot inkeer laten komen?’ zo kopte Trouw op 14 maart 2022.

Ik heb wel een paar ideeën.

Allereerst de eigen kerkelijke middelen, waar ook Kirill gevoelig voor moet zijn: kaarsen en muziek. Ik zou het geweldig vinden als er grote groepen mensen naar Kyiv of Charkov zouden afreizen, en in steden in de buurt een hotelletje zouden nemen, en vervolgens optochten houden in of rond de belegerde steden.

Dan, ander idee, ondersteuning organiseren voor de moeders en andere gezinsleden van de soldaten die in de strijd omgekomen zijn, zowel gezinnen aan de Oekraïense zijde als in Rusland zelf. Volgens mij maakt het niet zo heel veel uit, of je zoon/broer gesneuveld is aan de ene of aan de andere kant van de frontlinie.

Kern van de ideeën is, dat er vreedzame acties gehouden worden. Niet en nooit op het niveau van wapengekletter, of (minstens zo erg) oorlogsretoriek, maar met methoden die ook de Russische kerk(en) niet zouden misstaan: pastoraat (omzien naar de gekwetste mens) en liturgie (zingend, met kaarsen getooid, rond de Russische tanks).

Naast deze ideeën heb ik een probleem: ik denk dat ik dit niet kan organiseren. Daarvoor heb ik simpelweg te weinig relevante contacten. En bovendien weet ik niet of ik zelf in de gelegenheid ben om aan deze acties mee te doen. Dat maakt het wel erg lastig.

Het is dus nodig dat er mensen in beweging komen, die:

  1. wel relevante contacten in Oekraïne (en Rusland) hebben. Mensen die de situatie daar kennen, en kunnen helpen bij het ontwikkelen van plannen. In welke stad of steden kun je een groep mensen vanuit Nederland onderbrengen? Jeugdherbergen, hotels, campings, noem maar op? En hoe kun je een combinatie maken van Oekraïense mensen en Nederlandse bezoekers?
  2. contacten hebben met de Oekraïense ambassade en andere Oekraïens organisaties in Nederland.
  3. bij een organisatie horen met een groot netwerk beschikken dat zich al richt op Oost-Europa en de wereldvrede (Oekraïne Zending, Hulp Oost-Europa, Stichting Hulptransporten Oost-Europa, IKV, Pax Christi, Pax voor Vrede). Het zou mooi zijn als mensen die in deze organisaties actief zijn, ze ook zover krijgen, dat ze meewerken en -denken over deze acties.
  4. bijvoorbeeld een slapende stichting of besloten vennootschap hebben, waar de financiële kant van deze acties in ondergebracht kunnen worden.
  5. betrokken zijn bij Kerk in Actie of Giro555 om bv financiële middelen vrij te krijgen om deze acties te ondersteunen.

Hopelijk zijn deze ideeën allemaal te laat, en is het niet meer nodig om activiteiten voor vrede in Oekraïne te ontwikkelen. Maar ik vrees het tegendeel, namelijk dat het hard en hard nodig is!

Wie komt er in de benen voor deze geweldloze acties?

  • Verspreiden en delen van dit initiatief is al belangrijk
  • Doorsturen naar organisaties waar je lid van bent helpt al mee
  • Mensen aanspreken op hun talenten: ‘Volgens mij ben jij een geschikte figuur om … op je te nemen’ – buitengewoon belangrijk
  • De lokale en kerkelijke pers over dit initiatief vertellen
  • Bespreek het met vrienden en mensen van de plaatselijke hulporganisaties
  • ……

Wie o wie pakt dit stokje op?

Kaarsen voor Poetin?

Hij draagt een kruisje om zijn nek, hij heeft de Russisch-Orthodoxe Kerk achter zich staan, en wil de verhoudingen in de regio terugbrengen tot zoals die ongeveer waren voor het communistische tijdperk.

Drieëneenhalfduizend jaar geleden, zo vertelt het verhaal, leden de nakomelingen van Jakob en Jozef op een onmenselijke manier onder de tirannie van een farao. Door niets of niemand liet hij zich vermurwen. Toen de eerste tekenen zich aandienden die hem op een ander spoor moesten zetten, verhardde hij zijn hart, zo staat te lezen in Exodus 8 en 9.

Maar toen de plagen niet ophielden, was er op enig moment een point of no return gepasseerd in de ogen van de Allerhoogste. Vanaf de zesde plaag is het God zelf die hem hardnekkig maakt en houdt; zie Exodus 9: 13 en volgende.

Het harde hart van Poetin – ik kan bijna niet geloven, dat het God zelf is, die daar de hand in heeft, zoals indertijd bij de farao. Het is zijn eigen hardigheid.

Hoe we daar mee om moeten gaan, zeker ook na het uitbreken van de oorlog, is een nogal lastige vraag. Natuurlijk moeten we ons bekommeren om de slachtoffers van Poetin en de oorlog. Daarom moeten we alles op alles zetten om het leed te verzachten. En we moeten ons openstellen voor de opvang van oorlogsvluchtelingen.

Vervolgens moeten we alles doen om Russische invloeden uit onze samenleving te verwijderen, met als doel niet meer afhankelijk te zijn van Poetin en zijn trawanten. Fijn, dat ook de Zuidas-advocaten hun Russische cliënten gaan weren.

Politiek gesproken moeten de ambassadeurs en hun personeel terug naar eigen land (zowel van Nederlandse als van Russische zijde), waarbij de mogelijkheid om toch met elkaar in gesprek te komen altijd open gehouden moet worden. In militaire zin moet bekeken worden in hoeverre Oekraïne gesteund kan worden, en andere bedreigingen (Hongarije, Polen, Baltische staten) afgewend kunnen worden.

Maar hoe goed dit alles ook is, het is nogal passief. Noodzakelijk, maar we kunnen het vanuit onze door Russisch gas verwarmde huizen achter ons bureau aardig regelen en in de gaten houden.

De vraag is, of daarmee het harde hart van Poetin getroffen wordt. En het is de vraag hoeveel onschuldige Russen er gaan lijden onder al die economische sancties. Met de oligarchen en oliebaronnen hoeft niemand medelijden te hebben. Maar hoe het precies met de Moskouse moeder gaat die voor haar gezin moet zorgen – ik heb geen idee, maar die wordt er in ieder geval niet beter van. En daarmee kan in Rusland de aversie tegen Poetin toenemen, maar ook die tegen ‘het Westen’. Hebben we daar iets aan?

Ik weet niet of ik het zelf zou durven, en ik weet niet of ik het zou kunnen organiseren. Maar wat zou er gebeuren, als er vanuit alle Europese landen een golfstroom opgang komt van ongewapende mensen die dag in dag uit bijvoorbeeld rond de stad of de stadskern van Kyiv (Oekraïense spelling) lopen? Of die elke dag een gebedsdienst houden in de kerken van de grote steden van Oekraïne, en met kaarsen in de hand de Russische soldaten tot stilstand brengen?

Misschien zijn er routes of mogelijkheden om tot Moskou door te dringen, met geweldloze optochten, karavanen, massa’s mensen.

Het lijkt mij, dat het harde hart van Poetin niet door wapengekletter en bedreigingen zachter zal worden. Financiële en economische sancties zijn allemaal redenen om zich in het nauw gedreven te voelen, en vandaaruit rare sprongen te doen.

Zijn er misschien nationale of internationale vredesbewegingen, die hier iets mee kunnen, of is dit idee net zo stupide als de inval door Poetin?

In duizenden kerken, moskeeën en synagoges zal dit weekend weer gebeden, gesmeekt worden om vrede.En ook dat moet, en dat moet door blijven gaan. En onze goede God zal die gebeden ongetwijfeld horen, maar als Poetin zijn hart blijft verharden, zal hij er niets van merken.

Laten we hopen en bidden dat het niet zo ver komt, dat God zelf het hart van Poetin zal verharden, en dat er daardoor nog ergere dingen kunnen gaan gebeuren. Laten we hopen en bidden dat dát point of no return nooit gepasseerd wordt.

En hoe raar het ook klinkt, laten we voor Poetin bidden. Als er iemand is die onze gebeden heel hard nodig heeft, dan is hij het wel. Bidden om inzicht, om menselijkheid, om nederigheid bij de man die ons allemaal in zijn macht lijkt te hebben.

Kaarsen voor Poetin – te gek voor woorden?

Nieuwe bestuursstijl, nieuwe bestuurders

Dat ‘we’ in Den Haag zo diep konden zinken als we de afgelopen week gezien hebben, had toch (hopelijk) niemand gedacht. En toen dacht ik, dat er met misschien een paar heel kleine middelen toch grote stappen vooruit gezet kunnen worden. Vandaar dit artikel met vier adviezen aan ‘Den Haag’.

O ja, en als je op het plaatje klikt, krijg je een Jip-en-Janneke-uitleg over de manier waarop een kabinetsformatie verloopt. Ieder commentaar is overbodig.

De Maaltijd van de Heer in coronatijd

Iedereen moest thuisblijven, gemeenschappelijk viering van de Maaltijd was onmogelijk. Maar wat in de kerk niet kan, kan altijd thuis gedaan worden. Zie deze fotogalerij!

Dankbaarheid

Dan vier je met elkaar een Dank – en Oogstdienst. En dan hebben we een fantastische week achter de rug met de inzameling van allerlei goederen voor de Voedselbank. En dan staan we met elkaar stil bij het begrip dankbaarheid.

Dankbaar zijn hebben we aangeleerd. Als je op je verjaardag een cadeautje kreeg van een tante, dan zei je moeder: “En wat zeg je dan?” En dan moest je zeggen: “Dank U wel!” Daar begint het mee, met ‘Dankuwel’ zeggen.

Het is dus een soort beleefdheidsvorm, dat om te beginnen. Zelfs tegen de postbode zeg je nog: ‘Dank je wel’, als hij je het zoveelste bol.com-pakket heeft overhandigd. Maar het is ook meer.

Echte dankbaarheid is een gevoel, een emotie. En daarbij zijn dan twee dingen van belang. Het gaat om iets, wat jij krijgt, zonder dat je het zelf verdiend hebt of zonder dat je er zelf recht op hebt. Voor je salaris hoef je niet dankbaar te zijn, want daar heb je gewoon recht op. Je kunt er wel blij mee zijn, of je kunt vinden dat het te weinig is, maar daar blijft het ook wel een beetje bij. Het gaat vervolgens om dingen die je zelf niet bedacht hebt of waar je zelf niet toe in staat was. Zo kun je dankbaar zijn voor je kinderen. En even afgezien van de liefdesdaad die daarvoor nodig is, wij kunnen het leven niet maken, het is ons gegeven, en zeker als alles min of meer goed gaat, kunnen we dankbaar zijn voor het leven dat wij in onze kinderen hebben gekregen.

Dankbaarheid is ook een geloofsdaad. Er staat in de Bijbel zelfs een opdracht tot dankbaarheid: “Weest dankbaar.” En dat is op zich niet eens onlogisch. Wij geloven, dat het leven ons gegeven is. En niet alleen ons, maar ook alle mensen om ons heen. Ook zij hebben het leven van onze Schepper ontvangen, en als zodanig zijn zij als Zijn schepselen ook ons gegeven. Dankbaarheid voor het leven, dankbaarheid voor de mensen die jou gegeven zijn – het is nogal wat. En als die mensen die jou gegeven zijn, ook nog eens het goede aan en voor jou doen, dan rest er niets dan dankbaarheid.

Dankbaarheid is ook een kunst, een vorm van levenskunst. Het thema van de Startzondag was: ‘Het Goede Leven’. Binnen het concept van het goede leven past dankbaarheid als levenshouding uitstekend. Zoals iedereen misschien wel herkent, zijn er mensen in deze wereld die in een soort permanente staat van dankbaarheid lijken te verkeren. Met het minste of geringste zijn ze blij, en alles aanvaarden ze als een zegen van de Allerhoogste. Fantastisch. En die levenshouding is ook een soort permanente oriëntatie, laat ik het kort zeggen, op de hemel en op God zelf. Want wie in al het goede de hand van de Eeuwige ziet, moet wel een blij en dankbaar mens zijn, een gelukkig mens. Dankbaarheid is de terugweg van de zegen. Dankbaarheid is het antwoord op al het goede dat we kunnen ervaren.

En als dankbaarheid de grondslag, de grondhouding van je leven is, kun je veel meer aan dan wanneer je alleen maar negatief bent, overal kritiek op hebt, gespitst bent op wat er verkeerd kan gaan, argwaan toont naar alles en iedereen; enfin, daar hoef ik niet over uit te weiden.

Dankbaarheid gaat dus over dingen of gebeurtenissen die voor jou waardevol zijn, en die een ander zonder enige verplichting aan jou doet. Nou, daar kun je als mensen onder elkaar heel veel over zeggen, en dat moet je ook doen. Hoeveel waardevolle dingen doen andere mensen jou aan, terwijl je daar niet eens om gevraagd hebt, bijvoorbeeld? Maak daar eens een lijstje van voor vandaag, en de komende dagen.

Maar als je dat ook doet in de richting van je Schepper, dan wordt het allemaal nog dieper en voller, breder en intensiever. Waardevolle dingen zonder enige verplichting. Begin dan maar bij het leven zelf. We hebben het gekregen, en het is ons meest waardevolle bezit. We hebben er zelf niks aan gedaan, maar het is ons grootste goed. En was de Heer, onze God, verplicht om ons dit leven te schenken? ‘k Dacht het niet.

Onlangs las ik een paar tips van Ignatius van Loyola om om te gaan met crises, zoals de huidige coronacrisis. Eén zin trof me in het bijzonder: “Elk moment is een uniek en kostbaar geschenk”. Elk moment in ons leven is een van God gegeven moment, en dus een van God gegeven geschenk. Elk moment. En ook al gebeuren er geen bijzondere dingen in dat moment, er liggen wel bijna altijd kansen, mogelijkheden om die dingen te doen die we zelf waardevol vinden. En daarom zijn zelfs de dingen die we voor ons zelf doen, en die wij voor ons zelf waardevol vinden, redenen voor dankbaarheid.

Niet elk moment bevat uitsluitend het goede of de zegeningen van de Allerhoogste. We kennen allemaal momenten van verdriet en tegenslagen, momenten waar weinig goeds aan te ontdekken is. Maar op de één of andere manier wegen het verdriet, de rouw, tegenslagen, de ruzies en de onenigheden niet op tegen de veerkracht en de energie, tegen de spiritualiteit en de creativiteit die we als Gods mensen nu eenmaal in ons hebben. En per saldo, soms na heel zware maanden of misschien zelfs jaren, kunnen we dankbaar zijn dat we de crisis beter uitgekomen zijn dan we er ingegaan zijn. Soms gaat dat helemaal niet, dat weet ik ook, maar in heel veel gevallen gelukkig wel.

Dankbaarheid, dankdag, dankbaarheid. Is dat te leren? We zijn misschien niet zulke dankbare mensen. En we vinden het wel prima. We danken toch voor ons eten, wat wil je nog meer?

Het gekke is, dat je je er wel degelijk in kunt trainen. Sta op geregelde tijden stil bij de dingen die je in de afgelopen dag of de afgelopen uren hebt meegemaakt. En vraag je je dan af, hoeveel dingen er geweest zijn die voor jou waardevol waren, en die je van een ander aangereikt hebt gekregen. Niet vragen: ‘Wat is er allemaal mis gegaan’, maar ‘Waar kan ik een teken, een signaal ontdekken van het goede dat de Allerhoogste mij door zijn mensen mee wil geven?’

En om al die ervaringen niet te vergeten, is het handig om ze simpelweg bij te houden. Klein schriftje, Word-bestand, gele Post-itblaadjes, het maakt niet uit. Want je bent heel snel vergeten wat de redenen tot dankbaarheid van gisteren waren.

Dankbaarheid ervaren is ook in dankbaarheid leven. Je ontkomt er bijna niet aan om veel en veel vaker tegen anderen simpelweg te zeggen: “Heel hartelijk dank voor wat je nu weer voor me gedaan hebt!” En laten we dan vooral, of om mee te beginnen, afleren om te zeggen: “Geen dank!”. Want dankbaarheid heeft iets wederkerigs, het maakt onderdeel uit van een relatie. Dankbaarheid is eerbied voor wat jou overkomt. En dat mag je nooit afwimpelen.

Misschien moeten we het de komende maanden veel vaker over dankbaarheid gaan hebben, over de blijdschap van de dingen die ons overkomen, juist in deze vreselijke coronatijden. En misschien dat we dan ook wel mogen gaan vaststellen, dat een dankbare levenshouding een heel goed medicijn is tegen negativiteit, moedeloosheid en opgebrandheid.

Ik sluit af met de woorden van Paulus uit 1 Thessalonicensen 5: 18: ‘Dankt God in alles!’ Alles!

Amen.

De nieuwste Staphorster variant

Bij de berichten van vanochtend over de wijziging van het maximum aantal kerkgangers kon ik de pen niet stilhouden. Ik lees hier en daar wel wat meer verontwaardiging, maar ik weet niet of die zich ook op de PKN zelf richt. Wat mij betreft kan de PKN niet vaak genoeg gewezen worden op de afwezigheid van enige noodzaak tot dit besluit, en de schade die het veroorzaakt. Dit heb ik aan de PKN gemaild (nu in pdf-formaat)

Wanneer zal ik Hem weer loven, juichend staan in zijn voorhoven?

Net als de dichter van Psalm 42 heb ik een heleboel vragen over het ‘juichen in zijn voorhoven’. Gisteren is er een memo van een zelfbenoemde werkgroep de wereld in gestuurd over het zingen in de kerk, en na bestudering daarvan blijven er alleen maar vragen over. Een selectie van acht.

1. Waarom bestaat het grootste gedeelte van het advies uit een tekst die op 20 mei (inmiddels 6! weken oud) kennelijk nog gold?
De stellingen en uitgangspunten zijn door het RIVM allang achterhaald.

2. Waarom presenteert deze groep van zeven mensen zich met 12 universitaire titels, terwijl er geen één wetenschappelijke bron in het stuk staat?
De werkgroep bestaat volgens de tekst die ze zelf hebben opgesteld, uit mensen die “goed bekend (zijn) met de kerkelijke praktijk in Nederland”, maar het is hun kennelijk ontgaan dat geen enkele dominee zich nog met haar of zijn wetenschappelijke titel tooit. Een autoriteitstopos?

3. Hoe komen deze deskundigen erbij, dat kerkdiensten een ‘super spread event’ zijn?
Zelfs het RIVM (toch bepaald niet mijn grootste vriend in deze materie) wijst er nadrukkelijk op, dat er slechts één geval geweest is tijdens de crisis, van besmettingen die in een kerkgebouw zijn ontstaan; dat was Frankfurt, 10 mei 2020. En daarbij is ook helder geworden, dat dat niet te maken had met de dienst, maar met allerlei nevenactiviteiten zie dit artikel uit de Frankfurter Allgemeine, tussenkopje ‘Enge Gemeinschaft’; screenshot hieronder).

Als er al kerkdiensten aan te wijzen zouden zijn, dan hebben de besmettingen zich voorgedaan vóórdat de maatregelen in werking waren getreden. Voor wie toch naar Goeree-Overflakkee wil kijken, de beroemde kerkdienst van 8 maart was niet de bron van besmetting, de besmette mensen waren al besmet voor ze naar die dienst gingen, en ook nog met verschillende varianten van het onderzoek. Zie deze en deze link.
Als er al kerkdiensten aan te wijzen zouden zijn, dan hebben de besmettingen zich voorgedaan vóórdat de maatregelen in werking waren getreden.
Ook wijst het RIVM erop, dat de besmettingen in diensten van andere bronnen kan komen, of zelfs niets met samenzang te maken hebben.

4. Waarom richt het advies zich uiteindelijk op slechts één onderdeel: ventilatie?
Buitengewoon hinderlijk is het gegeven, dat één van de leden van de zelfbenoemde werkgroep een bedrijf in klimaattechniek runt, en dat het advies uiteindelijk uitsluitend betrekking heeft op klimaattechnologie. Zelfs bij de vraag hoe veel tijd er moet zitten tussen twee kerkdiensten, wijst de werkgroep alleen maar op ventilatie. Schoonmaken en desinfecteren (wat je daar verder ook van mag vinden) komen in het advies niet voor.
Het advies kan zelfs de schijn van belangenverstrengeling niet tegengaan!

5. Waarom is deze werkgroep strenger in de leer dan het RIVM?
Het RIVM verwijst in zijn rapport naar een advies van de Wereld Gezondheidsorganisatie, en dat voldoet kennelijk voor het RIVM, ook al stamt het uit 2009! Ook wordt verwezen naar het Bouwbesluit, maar nergens maakt het RIVM verschil in grootte van gebouwen waarin die regels van toepassing zijn. De differentiatie die de werkgroep maakt, is niet ingegeven door het RIVM of één van bovengenoemde bronnen. Vooralsnog ontbreekt iedere onderbouwing voor het onderscheid tussen grote, middelgrote en kleine kerken. Ook is er geen ruimte voor goed geventileerde moderne, kleine kerkgebouwen. De vraag is en blijft: waarom?

6. Waarom moeten de lieve en welwillende kerkenraden op de valreep nog met zoveel nieuwe regels geconfronteerd worden?
De gewone eisen van het RIVM zijn helder, wat je er verder ook van vindt. Zingen op anderhalve meter afstand, ventileren, de rest van het protocol en that’s it. De protocollen die de PKN heeft opgesteld zijn al zo arbeidsintensief, waarom moet daar een rekentool bij komen, die verder niemand van ons vraagt? De kerk vraagt het niet, het RIVM niet, de noodverordeningen niet, dus waarom?

7. Waarom ondersteunt de werkgroep de algemene uitspraak van het RIVM inzake het uiterst  geringe besmettingsrisico van zingen niet?
Aan het eind van het eerder genoemde rapport staat deze onthutsende zin:
Er zijn geen wetenschappelijke studies beschikbaar over aerosolen tijdens het zingen, of die uitwijzen dat zingen leidt tot aerogene transmissie van coronavirussen. Dit in tegenstelling tot sommige andere ziekteverwekkers zoals bijvoorbeeld tuberculose.
Als het niet zo Telegraaf-achtig gestaan zou hebben, zou ik deze woorden wel in chocoladeletterformaat hebben willen weergeven. Zie hier de bron:


I rest my case.

8. Wanneer zal ik Hem verhogen, juichend staan in zijn voorhoven?
Dat blijft de vraag. Volgens de werkgroep kan dat nog wel even duren voordat gemeentezang overal weer te horen is. Maar als bovenstaande vragen geen afdoend antwoord krijgen, is het antwoord wat mij betreft: morgen!


Middelharnis, 3 juli 2020

Jan de Visser

Corona en de kerk

Het nieuwste protocol van de PKN druist in tegen de wettelijke verhouding tussen de overheid en de kerk, en past bovendien niet in de verhouding tussen de landelijke kerk en de plaatselijk gemeente. Dat de ‘adviezen’ de moeite van het bestuderen en opvolgen waard zijn, is een andere kwestie.

Daarom dit artikel, zie deze link.

Moeders in de Bijbel

In de afgelopen week heb ik elke dag een ‘Moeder in de Bijbel’ belicht. Zes moeders, redelijk willekeurig gekozen. En wie staat er dan op de 7e dag in de serie centraal? Dat is natuurlijk jouw moeder, jouw eigen moeder.

Welke moeders het waren? Hier komen ze:

Eva, Sara (of Saraï of Sarah), Rachel, Zippora, Rizpa (Wie? Precies!) en Hanna. En bij die verhalen heb ik ook nog leuke plaatjes gezocht.

Veel leesplezier!