Sociale gerechtigheid in Gods Rijk

Over de doop van Jezus

Preek over Mattheüs 3: 13 – 17

Gemeente,

Zijn er ook mensen onder ons, die goede voornemens hebben voor 2023? Afvallen, minder drinken, meer tijd voor je gezin, meer sporten, meer lezen, actiever hier, actiever daar?

Geweldig! Ik wens iedereen die met deze ideeën het nieuwe jaar is ingegaan, veel sterkte. Hopelijk houd je het vol, en kun je op 31 december van dit jaar zeggen, dat je tevreden bent om wat je gepresteerd hebt.

Tegelijk: ik hoef hier de onheilsprofeet niet uit te hangen om te verkondigen dat veel voornemens na Dry January alweer in de kast liggen: niet haalbaar, niet te doen, niet realistisch. Toch?

Jezus had geen voornemens, Jezus had een programma, een plan, beleid. Hij deed niets zonder een weldoordacht plan.

Hij wist van zichzelf dat Hij de zoon van God was, en dat Hij bij uitstek de man was die op aarde moest laten zien wat dat betekende.

Het volk Israël was Gods uitverkoren volk. Dáár moest het beginnen. De fundamenten van en voor Gods Koninkrijk lagen er al eeuwen. Maar tot een compleet gebouw, een allesomvattend Godsrijk is het nooit gekomen. Waarom niet? Mensen bleken vrij onbetrouwbare partners in de bouw van Gods Rijk. Eerst moest er een koning komen, in plaats van op God aangelegde richteren en priesters. Toen verscheen er eerst een paleis, en daarna pas een tempel. Tja, dat zegt wel wat. En dé vorst van de Vrede, Salomo, was nog maar goed en wel overleden, of het land scheurde in tweeën: een Tweestammenrijk (Juda en Simeon, later gevolgd door Benjamin) en een Tienstammenrijk (dus later eigenlijk een negenstammenrijk). Een echte en hechte eenheid is het daarna nooit meer geworden. Denk maar aan het verhaal van Jezus, die in de provincie Samaria met een vrouw zat te praten bij een waterput. Schande!

Jezus had een programma. Hij wilde van Israël Gods Koninkrijk maken, zoals het al eeuwenlang de bedoeling was. Hij wilde niet iets volstrekt nieuws gaan doen, Hij wilde herstellen wat er fout was gegaan.

Zijn neef Johannes, zoon van Zacharias en Elisabet, was zijn voorloper, zijn heraut, zeggen sommigen. En deze Johannes, een half jaar ouder dan Jezus, preekte en doopte in de woestijn van Judea, zeg maar de noordelijke kant van de Dode Zee.

En de doop van Johannes hing heel nauw samen met zijn prediking. En laten we wel zijn, die prediking was niet mals. Hij riep op tot bekering, en hij riep zijn toehoorders op om open te staan voor wie na hem komt, de Gezondene des Heren! Maak recht zijn paden, effen voor Hem de weg, geef Hem toegang tot je hart, maar ook tot dit volk, dit land.

Om Hem recht te doen, moeten jullie je bekeren, anders wordt het niks.

En eerlijk gezegd snap ik dat ook wel. Ook Johannes kende de geschiedenis van het volk Israël. Er is van alles mis, het land lijkt in de verste verte niet op het land, waarvoor Mozes met zijn Tora de contouren had geschetst. En tal van mensen stroomden naar hem toe, en lieten zich dopen, waarbij ze hun zonden beleden.

En dat laatste is heel opmerkelijk. Natuurlijk, iedereen kan zich voorstellen, dat er van de prediking van Johannes de Doper een enorm appèl uitging. Wauw, die man heeft een boodschap! Ja, als je dan kijkt naar de manier waarop wij ons leven inrichten, dan is het goed om daar verandering in aan te brengen. Laten we Johannes vragen of hij ons wil dopen, dan beginnen we opnieuw!

Maar als het gaat om vergeving van zonden, is er toch wel iets opmerkelijks aan de hand.

Vergeving van zonden is in het Oude Testament een begrip dat rechtstreeks samenhangt met de Babylonische ballingschap. Hoe kwam het, dat het volk Israël werd gedeporteerd? Dat komt vanwege de grootst denkbare zonde, namelijk het tegenhouden van Gods Rijk in deze wereld, of liever gezegd: in Israël. Niemand liet zich ook maar het geringste gelegen liggen aan de reden waarom het slavenvolk Israël naar Kanaän is geleid: daar zou God zijn Rijk vestigen, met de nakomelingen van zijn geliefde Abraham. En dat het volk, van hoog tot laag, dat jaren-, eeuwenlang niet heeft gezien of misschien zelfs heeft tegengehouden, dát is de zonde waar het in het Oude Testament om gaat. Niet om een snoepje uit de trommel, zelfs niet eens het buiten de lijntjes kleuren, waar het in de Adventstijd vaak over ging. Sterker nog: dat ‘buiten de lijntjes kleuren’ is essentieel gebleken voor de komst van Jezus. Dat kan dus niet de zonde zijn, die Oudtestamentisch bedoeld werd. Het gaat om het tegenhouden, het niet meewerken aan de totstandkoming van Gods Rijk. Dat is ook, logisch gesproken, de betekenis van de woorden die Jezus bij zijn laatste seder-viering uitsprak: tot vergeving van zonden. Dat betekent: tot het wegnemen van alles wat de komst van Gods Rijk verhindert. Nou, daar komen we later nog wel een paar keer op terug.

O kijk! Daar staan de Farizeeën en Sadduceeën! Wat komen die doen! Zich ook laten dopen? Zal toch niet!

En nee, was het maar zo. Waren er maar leiders van het volk die zich tot inkeer wilden laten brengen door dit soort preken, en dit soort figuren. Maar nee, ze kwamen alleen hun nieuwsgierigheid tonen. Ze wilden wel eens weten wat er aan de hand was. Nou, ze krijgen de wind van voren van Johannes. Hij ontploft als hij de zelfgenoegzaamheid ziet waarmee zij zich presenteren! Arrogante betweters! Geen enkele empathie naar degenen die zich bekeren en laten dopen. Geen enkele interesse in wat daar precies gebeurt, alleen maar een hautaine blik op het gepeupel. En godsdienst – ja, dat moest je maar aan hen overlaten. Godsdienst gebeurt in de tempel, en niet in de Jordaan, ben je gek.

Enfin, Johannes stelt hen de bijl in het vooruitzicht, die klaar ligt om deze geestelijke elite om te kappen. En, zo profeteert hij: Na mij komt iemand die echt het kaf van het koren zal scheiden. Hij kan je dopen met de heilige Geest en met vuur, maar Hij kan je net zo goed verbranden als je niets anders blijkt te zijn dan kaf!

Johannes preekt tegen de zondigheid, de zelfgenoegzaamheid, de flauwheid, en onbetrokkenheid van zijn toehoorders. En dat heeft succes.

Maar Jezus heeft een programma. Het Koninkrijk moet van de grond komen, nu eindelijk eens een keer.

En na het indrukwekkende verhaal over zijn geboorte horen we niets over de eerste dertig jaar van zijn leven. Maar vanaf nu stáát Jezus er. Hij heeft een programma. Hij komt opzettelijk en speciaal vanuit Galilea, Nazaret, naar de plaats waar Johannes staat te preken en dopen. Zijn neef. Jezus was misschien wel trots op zo’n neef! Geweldig! Zoveel publiek, zoveel zegen op zijn werk. Zoveel passie en overtuigingskracht, en zoveel weerzin tegen de gevestigde orde die maar niet doet wat er in Israël gedaan moet worden.

Het eerste punt dat Jezus in zijn programma heeft staan, is tegelijkertijd de titel ervan:

Sociale gerechtigheid in Gods Koninkrijk.

Natuurlijk, dit verzin ik zelf.

Maar het eerste kernbegrip dat Jezus zelf noemt, is al gerechtigheid. Als Hij Johannes vraagt Hem te dopen, weigert hij dat eerst. Begrijpelijk. Johannes predikte een doop tot vergeving van zonden. Maar van welke zonde zou Jezus dan schoongewassen moeten worden? Welke dwaalwegen bewandelt Hij, of van welke waangedachten moet Hij verlost worden?

Nou, zegt Jezus, doe het maar gewoon, want zodoende vervullen wij alle gerechtigheid. Gerechtigheid.

Waar moet je aan denken bij gerechtigheid? Het Sanhedrin of de Hoge Raad in Den Haag? Advocaten, juridische afdelingen bij de gemeente?

Misschien een beetje, maar Jezus doelt volgens mij heel nadrukkelijk op het Oudtestamentische begrip gerechtigheid. Oude Psalm 72. Daarin wordt de Koning bezongen die in Israël recht en gerechtigheid zal brengen; de Koning die helaas nooit gekomen is. Ik heb altijd de neiging om dan de berijmde versie te citeren:

Hij zal de redder zijn der armen

Hij hoort hun hulpgeschrei.

Hij is met koninklijk erbarmen

Hun eenzaamheid nabij.

Hij helpt, met hun bestaan bewogen

die zijn in vrees benard.

En dan volgt één van de mooiste dichtregels uit het psalmboek:

Hun bloed is kostbaar in zijn ogen,

Hij draagt hen in zijn hart.

Die koning, dat leiderschap, deze gerechtigheid, dat is – althans volgens mij – wat Jezus voor ogen staat. Hij, die koning, zal niet de redder zijn van het farizeïsme, niet van de heersende elite, niet van de hooggeplaatsten.

Ja, natuurlijk ook wel, maar dan moeten ze zich eerst realiseren dat ze geen haar beter zijn, als mens, dan die armen waarvan deze psalm zingt. Wie te hoog is om zich met de armen uit deze psalm te vereenzelvigen, of te denken dat hij die koning niet nodig heeft, die hoort er gewoon niet bij.

En omdat de armen vaak veel, heel veel te lijden hebben van die onderdrukkende en angstaanjagende leiders, juist daarom durf ik de titel van het programma van Jezus wel met een modern woord aan te geven: sociale gerechtigheid.

Jezus verricht met zijn wens om gedoopt te worden een revolutionaire daad van de eerste orde: Hij plaatst zich als leider, als Koning, op hetzelfde level als waarop de zondaren, tollenaren, hoeren, laaggeplaatsten staan. En dat doet Hij niet vanuit de hoogte, of met een hooghartige goedkeuring van hun daden, zo van: Prima dat jullie dat doen, dat hadden jullie ook echt nodig! Nee, Hij is niet alleen in zijn woorden solidair, maar ook in zijn daden. Als Ik jullie achter Mij aan wil krijgen, als Ik jullie op het spoor van Gods Koninkrijk op deze wereld wil krijgen, wil Ik jullie laten zien, dat niets mij te min is. Ik wil gedoopt worden, alsof Ik de man ben die verlost moet worden. Ik wil jullie gelijk zijn in alles!

Jezus heeft een programma, en de titel luidt:

Sociale Gerechtigheid in Gods Koninkrijk.

De uitvoering van dat programma begint in Judea, in de Jordaan, waar Hij gedoopt wordt. En we weten waar het eindigt: aan het kruis. Daarover gaan we het binnenkort hebben, want over zes weken begint de Veertigdagentijd al.

Johannes komt er niet onderuit, en hij doopt zijn neef, Jezus. En dan opent zich de hemel, en de Geest van God daalt als een duif op Hem neer. En er klinkt een stem: Mijn geliefde zoon.

En dat is een geweldige combinatie van een paar oudtestamentische teksten: Psalm 2 over de zoon, Jesaja 42 over de vreugde die God heeft aan zijn dienaar, Jeremia 31 over de geliefde zoon.

Jezus staat voor de taak om al die Oudtestamentische profetieën tot vervulling te brengen. Geen nieuw Rijk, geen revolutie, gewoon doen wat er eigenlijk al eeuwenlang gedaan had moeten worden.

Nog één opmerking: ik hoef geen parallel met onze tijd te trekken, toch? Iedereen die een beetje om zich heenkijkt, ziet dat het in onze tijd nog steeds nodig is om op te blijven roepen tot sociale gerechtigheid. Ook een heleboel andere dingen, maar tenminste deze: met elkaar een redder der armen, het hulpgeschrei van de mensen horen en in ons hart dragen.

Laat maar zitten. Voor dit moment houden we het er even op, dat Jezus een programma had, en dat we daar de komende weken veel meer van gaan horen.

Een programma, waarvan het begin van de uitvoering bij de doop in de Jordaan ligt. En ik zou daaraan toe willen voegen, dat iedereen die gedoopt is, in dat programma mag delen, daaraan mag meedoen. Bouwen aan Gods Koninkrijk, hier op aarde, hier op Goeree-Overflakkee.

Hij komt zijn Koninkrijk hier stichten:

Zijn heil en zijn gerechtigheid.

Amen.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.