Nieuwe bestuursstijl, nieuwe bestuurders

Dat ‘we’ in Den Haag zo diep konden zinken als we de afgelopen week gezien hebben, had toch (hopelijk) niemand gedacht. En toen dacht ik, dat er met misschien een paar heel kleine middelen toch grote stappen vooruit gezet kunnen worden. Vandaar dit artikel met vier adviezen aan ‘Den Haag’.

O ja, en als je op het plaatje klikt, krijg je een Jip-en-Janneke-uitleg over de manier waarop een kabinetsformatie verloopt. Ieder commentaar is overbodig.

De Maaltijd van de Heer in coronatijd

Iedereen moest thuisblijven, gemeenschappelijk viering van de Maaltijd was onmogelijk. Maar wat in de kerk niet kan, kan altijd thuis gedaan worden. Zie deze fotogalerij!

Dankbaarheid

Dan vier je met elkaar een Dank – en Oogstdienst. En dan hebben we een fantastische week achter de rug met de inzameling van allerlei goederen voor de Voedselbank. En dan staan we met elkaar stil bij het begrip dankbaarheid.

Dankbaar zijn hebben we aangeleerd. Als je op je verjaardag een cadeautje kreeg van een tante, dan zei je moeder: “En wat zeg je dan?” En dan moest je zeggen: “Dank U wel!” Daar begint het mee, met ‘Dankuwel’ zeggen.

Het is dus een soort beleefdheidsvorm, dat om te beginnen. Zelfs tegen de postbode zeg je nog: ‘Dank je wel’, als hij je het zoveelste bol.com-pakket heeft overhandigd. Maar het is ook meer.

Echte dankbaarheid is een gevoel, een emotie. En daarbij zijn dan twee dingen van belang. Het gaat om iets, wat jij krijgt, zonder dat je het zelf verdiend hebt of zonder dat je er zelf recht op hebt. Voor je salaris hoef je niet dankbaar te zijn, want daar heb je gewoon recht op. Je kunt er wel blij mee zijn, of je kunt vinden dat het te weinig is, maar daar blijft het ook wel een beetje bij. Het gaat vervolgens om dingen die je zelf niet bedacht hebt of waar je zelf niet toe in staat was. Zo kun je dankbaar zijn voor je kinderen. En even afgezien van de liefdesdaad die daarvoor nodig is, wij kunnen het leven niet maken, het is ons gegeven, en zeker als alles min of meer goed gaat, kunnen we dankbaar zijn voor het leven dat wij in onze kinderen hebben gekregen.

Dankbaarheid is ook een geloofsdaad. Er staat in de Bijbel zelfs een opdracht tot dankbaarheid: “Weest dankbaar.” En dat is op zich niet eens onlogisch. Wij geloven, dat het leven ons gegeven is. En niet alleen ons, maar ook alle mensen om ons heen. Ook zij hebben het leven van onze Schepper ontvangen, en als zodanig zijn zij als Zijn schepselen ook ons gegeven. Dankbaarheid voor het leven, dankbaarheid voor de mensen die jou gegeven zijn – het is nogal wat. En als die mensen die jou gegeven zijn, ook nog eens het goede aan en voor jou doen, dan rest er niets dan dankbaarheid.

Dankbaarheid is ook een kunst, een vorm van levenskunst. Het thema van de Startzondag was: ‘Het Goede Leven’. Binnen het concept van het goede leven past dankbaarheid als levenshouding uitstekend. Zoals iedereen misschien wel herkent, zijn er mensen in deze wereld die in een soort permanente staat van dankbaarheid lijken te verkeren. Met het minste of geringste zijn ze blij, en alles aanvaarden ze als een zegen van de Allerhoogste. Fantastisch. En die levenshouding is ook een soort permanente oriëntatie, laat ik het kort zeggen, op de hemel en op God zelf. Want wie in al het goede de hand van de Eeuwige ziet, moet wel een blij en dankbaar mens zijn, een gelukkig mens. Dankbaarheid is de terugweg van de zegen. Dankbaarheid is het antwoord op al het goede dat we kunnen ervaren.

En als dankbaarheid de grondslag, de grondhouding van je leven is, kun je veel meer aan dan wanneer je alleen maar negatief bent, overal kritiek op hebt, gespitst bent op wat er verkeerd kan gaan, argwaan toont naar alles en iedereen; enfin, daar hoef ik niet over uit te weiden.

Dankbaarheid gaat dus over dingen of gebeurtenissen die voor jou waardevol zijn, en die een ander zonder enige verplichting aan jou doet. Nou, daar kun je als mensen onder elkaar heel veel over zeggen, en dat moet je ook doen. Hoeveel waardevolle dingen doen andere mensen jou aan, terwijl je daar niet eens om gevraagd hebt, bijvoorbeeld? Maak daar eens een lijstje van voor vandaag, en de komende dagen.

Maar als je dat ook doet in de richting van je Schepper, dan wordt het allemaal nog dieper en voller, breder en intensiever. Waardevolle dingen zonder enige verplichting. Begin dan maar bij het leven zelf. We hebben het gekregen, en het is ons meest waardevolle bezit. We hebben er zelf niks aan gedaan, maar het is ons grootste goed. En was de Heer, onze God, verplicht om ons dit leven te schenken? ‘k Dacht het niet.

Onlangs las ik een paar tips van Ignatius van Loyola om om te gaan met crises, zoals de huidige coronacrisis. Eén zin trof me in het bijzonder: “Elk moment is een uniek en kostbaar geschenk”. Elk moment in ons leven is een van God gegeven moment, en dus een van God gegeven geschenk. Elk moment. En ook al gebeuren er geen bijzondere dingen in dat moment, er liggen wel bijna altijd kansen, mogelijkheden om die dingen te doen die we zelf waardevol vinden. En daarom zijn zelfs de dingen die we voor ons zelf doen, en die wij voor ons zelf waardevol vinden, redenen voor dankbaarheid.

Niet elk moment bevat uitsluitend het goede of de zegeningen van de Allerhoogste. We kennen allemaal momenten van verdriet en tegenslagen, momenten waar weinig goeds aan te ontdekken is. Maar op de één of andere manier wegen het verdriet, de rouw, tegenslagen, de ruzies en de onenigheden niet op tegen de veerkracht en de energie, tegen de spiritualiteit en de creativiteit die we als Gods mensen nu eenmaal in ons hebben. En per saldo, soms na heel zware maanden of misschien zelfs jaren, kunnen we dankbaar zijn dat we de crisis beter uitgekomen zijn dan we er ingegaan zijn. Soms gaat dat helemaal niet, dat weet ik ook, maar in heel veel gevallen gelukkig wel.

Dankbaarheid, dankdag, dankbaarheid. Is dat te leren? We zijn misschien niet zulke dankbare mensen. En we vinden het wel prima. We danken toch voor ons eten, wat wil je nog meer?

Het gekke is, dat je je er wel degelijk in kunt trainen. Sta op geregelde tijden stil bij de dingen die je in de afgelopen dag of de afgelopen uren hebt meegemaakt. En vraag je je dan af, hoeveel dingen er geweest zijn die voor jou waardevol waren, en die je van een ander aangereikt hebt gekregen. Niet vragen: ‘Wat is er allemaal mis gegaan’, maar ‘Waar kan ik een teken, een signaal ontdekken van het goede dat de Allerhoogste mij door zijn mensen mee wil geven?’

En om al die ervaringen niet te vergeten, is het handig om ze simpelweg bij te houden. Klein schriftje, Word-bestand, gele Post-itblaadjes, het maakt niet uit. Want je bent heel snel vergeten wat de redenen tot dankbaarheid van gisteren waren.

Dankbaarheid ervaren is ook in dankbaarheid leven. Je ontkomt er bijna niet aan om veel en veel vaker tegen anderen simpelweg te zeggen: “Heel hartelijk dank voor wat je nu weer voor me gedaan hebt!” En laten we dan vooral, of om mee te beginnen, afleren om te zeggen: “Geen dank!”. Want dankbaarheid heeft iets wederkerigs, het maakt onderdeel uit van een relatie. Dankbaarheid is eerbied voor wat jou overkomt. En dat mag je nooit afwimpelen.

Misschien moeten we het de komende maanden veel vaker over dankbaarheid gaan hebben, over de blijdschap van de dingen die ons overkomen, juist in deze vreselijke coronatijden. En misschien dat we dan ook wel mogen gaan vaststellen, dat een dankbare levenshouding een heel goed medicijn is tegen negativiteit, moedeloosheid en opgebrandheid.

Ik sluit af met de woorden van Paulus uit 1 Thessalonicensen 5: 18: ‘Dankt God in alles!’ Alles!

Amen.

De nieuwste Staphorster variant

Bij de berichten van vanochtend over de wijziging van het maximum aantal kerkgangers kon ik de pen niet stilhouden. Ik lees hier en daar wel wat meer verontwaardiging, maar ik weet niet of die zich ook op de PKN zelf richt. Wat mij betreft kan de PKN niet vaak genoeg gewezen worden op de afwezigheid van enige noodzaak tot dit besluit, en de schade die het veroorzaakt. Dit heb ik aan de PKN gemaild (nu in pdf-formaat)

Wanneer zal ik Hem weer loven, juichend staan in zijn voorhoven?

Net als de dichter van Psalm 42 heb ik een heleboel vragen over het ‘juichen in zijn voorhoven’. Gisteren is er een memo van een zelfbenoemde werkgroep de wereld in gestuurd over het zingen in de kerk, en na bestudering daarvan blijven er alleen maar vragen over. Een selectie van acht.

1. Waarom bestaat het grootste gedeelte van het advies uit een tekst die op 20 mei (inmiddels 6! weken oud) kennelijk nog gold?
De stellingen en uitgangspunten zijn door het RIVM allang achterhaald.

2. Waarom presenteert deze groep van zeven mensen zich met 12 universitaire titels, terwijl er geen één wetenschappelijke bron in het stuk staat?
De werkgroep bestaat volgens de tekst die ze zelf hebben opgesteld, uit mensen die “goed bekend (zijn) met de kerkelijke praktijk in Nederland”, maar het is hun kennelijk ontgaan dat geen enkele dominee zich nog met haar of zijn wetenschappelijke titel tooit. Een autoriteitstopos?

3. Hoe komen deze deskundigen erbij, dat kerkdiensten een ‘super spread event’ zijn?
Zelfs het RIVM (toch bepaald niet mijn grootste vriend in deze materie) wijst er nadrukkelijk op, dat er slechts één geval geweest is tijdens de crisis, van besmettingen die in een kerkgebouw zijn ontstaan; dat was Frankfurt, 10 mei 2020. En daarbij is ook helder geworden, dat dat niet te maken had met de dienst, maar met allerlei nevenactiviteiten zie dit artikel uit de Frankfurter Allgemeine, tussenkopje ‘Enge Gemeinschaft’; screenshot hieronder).

Als er al kerkdiensten aan te wijzen zouden zijn, dan hebben de besmettingen zich voorgedaan vóórdat de maatregelen in werking waren getreden. Voor wie toch naar Goeree-Overflakkee wil kijken, de beroemde kerkdienst van 8 maart was niet de bron van besmetting, de besmette mensen waren al besmet voor ze naar die dienst gingen, en ook nog met verschillende varianten van het onderzoek. Zie deze en deze link.
Als er al kerkdiensten aan te wijzen zouden zijn, dan hebben de besmettingen zich voorgedaan vóórdat de maatregelen in werking waren getreden.
Ook wijst het RIVM erop, dat de besmettingen in diensten van andere bronnen kan komen, of zelfs niets met samenzang te maken hebben.

4. Waarom richt het advies zich uiteindelijk op slechts één onderdeel: ventilatie?
Buitengewoon hinderlijk is het gegeven, dat één van de leden van de zelfbenoemde werkgroep een bedrijf in klimaattechniek runt, en dat het advies uiteindelijk uitsluitend betrekking heeft op klimaattechnologie. Zelfs bij de vraag hoe veel tijd er moet zitten tussen twee kerkdiensten, wijst de werkgroep alleen maar op ventilatie. Schoonmaken en desinfecteren (wat je daar verder ook van mag vinden) komen in het advies niet voor.
Het advies kan zelfs de schijn van belangenverstrengeling niet tegengaan!

5. Waarom is deze werkgroep strenger in de leer dan het RIVM?
Het RIVM verwijst in zijn rapport naar een advies van de Wereld Gezondheidsorganisatie, en dat voldoet kennelijk voor het RIVM, ook al stamt het uit 2009! Ook wordt verwezen naar het Bouwbesluit, maar nergens maakt het RIVM verschil in grootte van gebouwen waarin die regels van toepassing zijn. De differentiatie die de werkgroep maakt, is niet ingegeven door het RIVM of één van bovengenoemde bronnen. Vooralsnog ontbreekt iedere onderbouwing voor het onderscheid tussen grote, middelgrote en kleine kerken. Ook is er geen ruimte voor goed geventileerde moderne, kleine kerkgebouwen. De vraag is en blijft: waarom?

6. Waarom moeten de lieve en welwillende kerkenraden op de valreep nog met zoveel nieuwe regels geconfronteerd worden?
De gewone eisen van het RIVM zijn helder, wat je er verder ook van vindt. Zingen op anderhalve meter afstand, ventileren, de rest van het protocol en that’s it. De protocollen die de PKN heeft opgesteld zijn al zo arbeidsintensief, waarom moet daar een rekentool bij komen, die verder niemand van ons vraagt? De kerk vraagt het niet, het RIVM niet, de noodverordeningen niet, dus waarom?

7. Waarom ondersteunt de werkgroep de algemene uitspraak van het RIVM inzake het uiterst  geringe besmettingsrisico van zingen niet?
Aan het eind van het eerder genoemde rapport staat deze onthutsende zin:
Er zijn geen wetenschappelijke studies beschikbaar over aerosolen tijdens het zingen, of die uitwijzen dat zingen leidt tot aerogene transmissie van coronavirussen. Dit in tegenstelling tot sommige andere ziekteverwekkers zoals bijvoorbeeld tuberculose.
Als het niet zo Telegraaf-achtig gestaan zou hebben, zou ik deze woorden wel in chocoladeletterformaat hebben willen weergeven. Zie hier de bron:


I rest my case.

8. Wanneer zal ik Hem verhogen, juichend staan in zijn voorhoven?
Dat blijft de vraag. Volgens de werkgroep kan dat nog wel even duren voordat gemeentezang overal weer te horen is. Maar als bovenstaande vragen geen afdoend antwoord krijgen, is het antwoord wat mij betreft: morgen!


Middelharnis, 3 juli 2020

Jan de Visser

Corona en de kerk

Het nieuwste protocol van de PKN druist in tegen de wettelijke verhouding tussen de overheid en de kerk, en past bovendien niet in de verhouding tussen de landelijke kerk en de plaatselijk gemeente. Dat de ‘adviezen’ de moeite van het bestuderen en opvolgen waard zijn, is een andere kwestie.

Daarom dit artikel, zie deze link.

Moeders in de Bijbel

In de afgelopen week heb ik elke dag een ‘Moeder in de Bijbel’ belicht. Zes moeders, redelijk willekeurig gekozen. En wie staat er dan op de 7e dag in de serie centraal? Dat is natuurlijk jouw moeder, jouw eigen moeder.

Welke moeders het waren? Hier komen ze:

Eva, Sara (of Saraï of Sarah), Rachel, Zippora, Rizpa (Wie? Precies!) en Hanna. En bij die verhalen heb ik ook nog leuke plaatjes gezocht.

Veel leesplezier!

Houd dan de lofzang gaande, of hoe om te gaan met de heer Corona

We hebben binnen de Exodus-gemeente van Middelharnis-Sommelsdijk besloten de kerkdiensten in de komende weken in aangepaste en afgeslankte vorm door te laten gaan. Normaal gesproken zitten er bij een reguliere dienst ongeveer 180 personen in de kerk. We gaan er vanuit, dat er veel kerkleden zijn, die uit het advies van de RIVM en de PKN afleiden, dat het verstandig is om bijeenkomsten met meer dan 100 personen te vermijden. Dat geldt onder andere voor de bijzondere risicogroepen: mensen die in de zorg werken en ouderen. Die gemeenteleden blijven dan gewoon thuis, en luisteren mee via kerkomroep.nl en kerkdienstgemist.nl.

Op die manier ontstaat er ruimte om de diensten wel door te laten gaan. Ook zonder extra maatregelen, zo is de verwachting, zal het aantal bezoekers onder de 100 blijven. Op de eerstvolgende zondag, 15 maart, kunnen we vaststellen, of dit ook zo is. Zo ja, dan zullen de diensten op 22 en 29 maart ook gewoon doorgang vinden, zij het dus in die aangepaste en afgeslankte vorm. Mocht het aantal bezoekers toch in de buurt van de 100 te komen, dan gaan we ervan uit dat de laatkomers er begrip voor hebben, dat wij op grond van alle publieke en kerkelijke adviezen een bezoekersstop instellen. Dat zou betekenen dat we voor de zondagen daarna op een andere manier het aantal bezoekers moeten gaan beperken tot 100.

Waarom hebben wij dit besluit genomen, en waarom hebben we niet radicaal het advies van het RIVM en de PKN opgevolgd, en de diensten voor de komende drie zondagen afgelast?

In de eerste plaats is de verwachting sowieso, dat er na deze week veel minder mensen naar de kerk zullen komen, waardoor het advies helemaal niet van toepassing is. Maar daar ligt nog wel wat meer onder.

Een van de kerntaken van de christelijke gemeente is ‘de lofzang gaande houden’. Ook al doe je dat maar met een klein groepje, en ook al weet je dat grote delen van de gemeente niet aanwezig zullen zijn – toch kun je op deze manier die lofzang gaande houden.

Daar komt bij dat de verbondenheid binnen de gemeente hierdoor zichtbaar en voelbaar wordt: de kleine groep kerkbezoekers kan aan die verbondenheid op tal van manieren vormgegeven, en de thuisblijvers – of ze nu via internet meeluisteren of niet – weten dan dat hun medegemeenteleden voor en namens hen zingen en bidden in de kerk, waar ze niet fysiek aanwezig kunnen zijn.

Vervolgens willen we niemand de wet voorschrijven; zo zit de Exoduskerk niet in elkaar. We willen de mensen die wel naar de kerk willen komen, tegemoetkomen door een aangepaste en afgeslankte dienst aan te bieden. En naar het zich laat aanzien kan dat zonder dat de adviezen genegeerd worden.

Tenslotte is natuurlijk een rare gedachte dat we in tijden van een (naderende) ramp de kerkdeuren dicht doen. In het verleden liepen de kerken juist vol, als zich in de hele maatschappij iets voordeed waardoor die maatschappij op zijn grondvesten stond te schudden. In tijden van oorlog en epidemieën zochten mensen elkaar op, juist voor het aangezicht van God, om te zingen en te bidden, en uit te spreken dat wij kwetsbare, broze en afhankelijke mensen zijn. We gaan alles proberen om dat voort te zetten.

Kwetsbaar, broos en afhankelijk; over Mozes, Jezus en het corona-virus

Eén van de meest onbegrijpelijke bijbelpassages staat in Exodus 4: De Heer zocht Mozes te doden. Maarten ‘t Hart is voluit over deze passage gestruikeld, en het is ook redelijk onbegrijpelijk – op het eerste gezicht. De angst waarmee Mozes zijn kersverse roeping tegemoet trad, is wél verklaarbaar en zeer actueel. De preek over deze passage en over de verheerlijking op de berg (Mattheüs 17) is hier te lezen en hier te beluisteren. En ja, alle onderwerpen uit de titel komen langs (en nog meer zelfs)!

God woont in de woestijn

De preek van zondag 1 maart 2020 kun je hier lezen, en hier beluisteren. De boodschap is er weer één van een heerlijke tegenstelling: God woont in de woestijn. Niet echt natuurlijk, maar wel in de verhalen van Mozes bij de brandende braamstruik en – niet te vergeten – van Jezus, die in de woestijn zowel zijn Vader ontmoette, als diens grootste tegenspeler!